Column: Levenslust

Geplaatst op 10:00 artikel

Levenslust

Op het terras zitten voor me twee vrouwen, dames, die er hun derde dag op hebben zitten. Ze zijn moe. Dat zeggen ze tegen elkaar: “Lekker moe.”

Lekker moe is mooi moe, vermoeidheid waarin tevredenheid gloeit en in dit geval ook een vleugje trots. Met die trots lopen ze niet te koop. Die is aan hun stemmen te horen. Iets boven middelbaar zijn ze. Ze drinken een glas bier. Dat doen ze niet zo vaak. Dat zeggen ze ook, maar: “Best lekker.” En de ander zegt: “Gaat wel in je benen zitten, heb ik gehoord.” Daar praten ze even over, over die benen, en over morgen, de laatste dag.

Een van de twee wordt door haar man opgehaald: “En nu maar hopen dat hij er niet té veel werk van maakt.” De ander lacht en aan die lach merk je dat ze blij is dat op haar niet iemand wacht die er misschien té veel werk van maakt.

Ik vraag me af wat ze bedoelen? Wat doet zo’n man als hij er té veel werk van maakt. Het kan ook prettig zijn, maar nu niet helemaal blijkbaar. Ligt aan die man.

Ze bestellen nog twee glazen bier. Dan zegt de een (zonder man die er té veel werk van maakt) dat haar moeder vroeger een lied zong over de Vierdaagse. Ze neuriet een melodie die me vaag bekend voorkomt. “Ja,” zegt ze en dan zingt ze: “Wij lopen de Vierdaagse mee vol levenslust en moed.” Ze komt niet verder, maar ik ken die woorden. Mijn moeder zong het lied ook. Misschien is het wel een lied van mensen van lang geleden. Heb het al járen niet meer gehoord. Mijn moeder zong ook altijd alleen maar die twee regels en de rest lalala-de ze. Het moet uiteraard meer regels hebben. Straks even opzoeken. Hoewel: levenslust en moed – dat is al heel veel. Daar kun je mee vooruit. Iets om te vieren, ja. En ook al wordt het stil, het gaat toch door: Nijmegen viert Nijmegen.